Zo gaat het...

Vader en dochter
een familieopstelling

Als ik schrijf vader, moeder, opa en oma bedoel ik: de representanten hiervan in de opstelling.

Representant: iemand die in de opstelling iemand of iets representeert.

Toen ik B. vroeg wat ze wilde onderzoeken, twijfelde ze. Wilde ze weten waarom ze toch altijd ruzie met een mannelijke collega had, of waarom ze zo’n hekel aan haar vader had? Ja duh, de relatie met haar vader natuurlijk. De bron voor vrijwel alle conflicten en toestanden in ons volwassen leven, ligt in de (vroege) kindertijd. “Ik vraag me vaak af waarom hij niet gewoon doodgaat, hij is 92. Ik wil gewoon dat hij dood gaat.” Woest was ze, om iets onaardigs wat hij lang geleden tegen haar gezegd had. Woest, al 43 jaar. B. voelde zich ongezien en onbemind, niet alleen door haar vader maar ook door haar broers en zussen. Ze deed dan ook vrijwel niet mee aan familiebijeenkomsten.

Ik stelde B. voor eens te beginnen met haar vader en haar opa, om te onderzoeken hoe de relatie tussen die twee mannen was. Dat vond ze goed. Naast deze twee mannen zocht ze ook iemand voor zichzelf uit en gaf ze een plek in de ruimte.

Dochter, vader en opa hadden geen enkel contact met elkaar. De representant van haar vader stond als een gek te wiebelen en barstte steeds in lachen uit, een vreemd, onmachtig gehinnik. Hij wist zich letterlijk geen houding te geven. Uiteindelijk zakte hij door zijn hoeven en ging maar op de grond zitten. Zijn dochter kon hij niet aankijken, hij zag haar gewoon niet. Die stond er dan ook tamelijk eenzaam bij. Tijd om B. haar eigen plaats te laten innemen, met haar representant nu als haar ziel bij zich.

Opa stond ongenaakbaar tegenover zijn zoon, armen over elkaar, de minachting droop van zijn gezicht. ‘Is dat mijn zoon, die idioot?’ Toen ik voorstelde een hulpbron voor hem in te schakelen, beet hij me woedend toe: ‘Ik heb niemand nodig, helemaal niemand.’

Ik deed het natuurlijk toch en vroeg een deelneemster of ze zijn vrouw wilde representeren. Ook bij de vader zette ik een representant voor zijn echtgenote neer, waardoor hij zienderogen sterker werd.

Onmiddellijk zagen we bij opa de boosheid en minachting verdwijnen en plaats maken voor iets zachters. Ook bij de vader veranderde er iets: het onbeholpen gelach hield op, hij stond op en keek zijn vader recht aan, als een volwassen man. En opa keek terug. Na een interne worsteling en met grote moeite, vertelde hij zijn zoon dat hij veel van hem hield en trots op hem was, en dat het hem zeer speet dat hij dat nooit tegen hem had kunnen zeggen, nooit zachtheid of liefde kon tonen.

De schouders van vader ontspanden zich, er kwam een glimlach op zijn gezicht . Nu hij zelf gezien was, kon hij eindelijk naar zijn dochter kijken, voor het eerst in de opstelling. Daar stonden ze tegenover elkaar, ouders en kind, nieuwsgierig naar elkaar. Vader keek liefdevol naar zijn oudste dochter. B. bezag hem voor het eerst met andere ogen. Samen met haar ziel wilde ze wel een paar stappen dichterbij komen. Niet te dichtbij, daarvoor was nog wat tijd nodig. Maar de wond die voor de opstelling ontstellend veel pijn deed, was voor een deel geheeld. PS Drie weken na de opstelling vertelt B, dat ze een zussendag heeft gehad. Ook waren er diverse momenten met haar vader geweest, waarop ze observeerde dat ze rustig kon blijven, waar ze anders zou zijn ontploft.

Verloren tweelingzusje
Een familieopstelling

Ze zat te trillen op haar stoel toen ik vroeg waar ze in de opstelling naar wilde kijken, zo spannend vond ze het. En zo belangrijk was het kennelijk voor haar. Het trillen ging over in heel hard huilen, ze kon letterlijk geen antwoord op mijn vragen geven. Ik stelde daarom voor een 'blinde' opstelling te doen, met iemand voor haarzelf en drie willekeurige anderen, die niet wisten voor wie of wat ze representant stonden. Dat zou zich vanzelf ontvouwen. Ze knikte. Ik vroeg wie er in haar opstelling wilde staan, en vier mensen waren haar graag van dienst. De vier representanten namen zelf een plek in. Een van de vier ging precies achter haar stoel staan. Nu werd het pas echt spannend, ze wilde wel weten wie of wat daar stond, maar durfde zich absoluut niet om te draaien. Uiteindelijk lukte het toch, met hulp van haar representant, die haar nu als haar ziel terzijde stond. Nadat ze elkaar een poosje zwijgend hadden bekeken en ze tot rust was gekomen zei ze: "ik denk dat ik weet wie dat is maar het klinkt echt heel stom. Ik denk dat het mijn tweelingzusje is, die in de baarmoeder is overleden." Ze barstte weer in tranen uit. Het 'tweelingzusje' knikte en zei: "dat klopt, dan ben ik." Ondertussen stonden de twee andere representanten heel welwillend en betrokken te kijken. Het bleken haar ouders te zijn, die het heel fijn vonden dat hun dochter dit verdriet, dit verlies dat haar zich zo eenzaam had laten voelen, aan het verwerken was.
Nadat haar 'tweelingzusje' haar had verzekerd dat ze altijd een oogje in het zeil zou blijven houden, en dat ze haar altijd mocht roepen als ze zich eenzaam voelde, werd het tijd om afscheid te nemen. Ze liet haar zusje gaan, en draaide zich om naar haar 'ouders'. Ze hielden hun 'dochter' stevig vast en vertelden haar hoeveel ze van haar hielden en hoe trots ze op haar waren. Ze kon weer verder, met een wonde die nog niet helemaal dicht, maar wel voor een heel stuk geheeld was. Tijd en liefde zal de rest doen.

Tien jaar ergernis in het team in een uurtje opgelost
Een organisatieopstelling

Al jaren had deze docent last van een vrouwelijke collega. Hij ergerde zich wild aan haar, zo vertelde hij bij het voorgesprek. Aan haar drukdoenerij, haar fanatisme, haar breedsprakigheid tijdens vergaderingen. Hij had het er vaak over met twee van zijn collega’s. Die snapten precies wat hij bedoelde. Als ze binnenkwam keken ze elkaar even aan, zo van oh god, daar héb je ‘dr weer!
Nooit was het in hem opgekomen om het er eens met háár over te hebben. Viel immers toch niet mee te praten.

Hij beschreef zichzelf als een gedreven docent, toegankelijk, enthousiast, duidelijk en recht door zee. En ook als een nuchtere Fries, die zich eigenlijk niks bij opstellingen kon voorstellen. Toch bracht hij dit thema in, want het zat hem niet lekker. Zij was nota bene een van de mensen die hem destijds had aangenomen. We kozen iemand uit die zijn collega wilde representeren en hij ging zelf in de opstelling staan.

Daar stonden ze, tegenover elkaar. Zij voelde zij zich overduidelijk erg ongemakkelijk. Ik liet hem zeggen: “Je hebt me tien jaar geleden aangenomen, daar heb ik je nooit voor bedankt. Dank je wel nog daarvoor, ik werk hier al tien jaar met veel plezier.”
Zij keek erg verbaasd. Zoiets aardigs had ze duidelijk niet van hem verwacht. Ze vertelde dat ze zich nooit gezien had gevoeld door hem, dat ze altijd voelde dat ze zich moest bewijzen. Niet dat het hielp, want ze kon het toch nooit goed doen. Ja, dat klopte wel, zei hij.
Onbenaderbaar, zei zij, je bent onbenaderbaar voor mij. Alsof ze steeds tegen een muur aan liep. Daar keek hij van op. Onbenaderbaar, hij? Als er toch iemand benaderbaar was, was hij het wel! Nou, niet voor mij, zei ze, je bent altijd zo direct. En ik voel echt wel dat je me niet pruimt.
Dat was nieuwe informatie voor hem en hij vond het oprecht naar om te horen dat zij dit zo ervoer. Tijd voor een experiment. Ik vroeg ze allebei om uit te spreken wat ze in de ander waardeerden. Hij vond haar heel goed in haar vakgebied, met kennis en kunde die niemand anders in het team had. Dat vond zij zichtbaar fijn om te horen, ze ontspande direct.
En zij waardeerde zijn gedrevenheid om het beste uit de leerlingen te halen, en zijn helderheid en overwicht. Zo ging het een paar keer over en weer, al moest hij wel heel diep graven.
Door te focussen op wat ze waardeerden in elkaar, begonnen ze écht naar elkaar te kijken, in plaats van door een hele oude bril van ergernis en afwijzing. Hij zei dat hij haar meer rust gunde, dat ze niet zo hard haar best hoefde te doen. En óók, dat hij onrustig werd van haar onrust. Zij knikte, zonder in de verdediging te schieten.
Daarop zette hij een stap in haar richting. Zij deed ook een stapje. Met drie grote stappen was hij bij haar, zij deinsde achteruit.
Ho, rustig aan! Ik liet ze allebei even heel rustig voelen hoe dicht bij ze wilden komen. Op 2 meter afstand voelde het voor hen allebei goed. Hier sloten we de opstelling af.

Na de opstelling was hij heel enthousiast over de nieuwe inzichten die hij had gekregen. Stomverbaasd ook. Hoe kon dit? Hoe kon het dat zij precies gekeken en gesproken had als zijn échte collega?


Van slechte naar goede relatie met leidinggevende in 45 minuten!
Een organisatieopstelling

Voorgesprek:
Haar nieuwe leidinggevende (L) was jaren jonger dan zij. Het was ook nog eens zijn eerste baan als manager.
Een flinke uitdaging, met hun ingewikkelde team. En dan had hij ook nog eens een van de lastigste directeuren boven zich! Een hele serieuze kerel, een controlfreak van hier tot Tokyo! Iedereen snapte direct dat die twee elkaar helemaal niet lagen. L liet dat ook regelmatig doorschemeren tijdens het teamoverleg.
Ze had met hem te doen, het wás ook niet eenvoudig allemaal. Zelf had deze docente (D) het trouwens ook niet makkelijk. Ze had dat schooljaar een paar nieuwe collega’s gekregen, die veel liever op hun oude plek waren gebleven. Maar ja, wegbezuinigd en toen maar naar deze afdeling gegaan.
Ze had haar handen vol, om aan ze te wennen, om ze in te werken. Leuke mensen op zich, maar het boterde totaal niet tussen de leidinggevende en dit nieuwe team. De teamvergaderingen waren vreselijk.
Tot overmaat van ramp stapte een van de collega’s uit het team en een ander werd ziek. D liep zich het vuur uit de sloffen, zij was immers de vaste kracht hier, zij moest zorgen dat alles bleef draaien. Of ze ooit aan haar leidinggevende had verteld hoe zwaar ze het had? Nou nee, alsof die man dat er ook nog bij kon hebben!
Maar nou kwam het: bij haar beoordelingsgesprek had ze een hele magere score, met name op het punt: heeft een positieve bijdrage aan het team geleverd. Laaiend was ze! Had hij niet gezien dan hoe hard ze gewerkt had, hoe ze hem gespaard had? Hoe ze ook vooral niet had willen zeggen wat er allemaal mis ging, om haar collega’s niet af te vallen?
En wat kreeg ze voor al haar inspanningen? Niks dus.

Er werd opgesteld: een representant voor de Leidinggevende (L) en een representante voor de docente (D). De vragenstelster kon zo rustig kijken wat er speelde. Tot haar ontsteltenis zag ze dat L er als een slappe vaatdoek bij stond. “Kijk die man nou toch, hij zakt zowat door zijn benen!’ Dat haar eigen representant ook op instorten stond, viel haar veel minder op. Pas toen ik haar daar op wees, kon ze het echt zien.
Het was een duidelijk gevalletje van parentificatie; D was voor L gaan zorgen, in plaats van met haar zorgen en klachten naar hem toe te gaan.
Net als een kind de rol van een van de ouders kan overnemen, als deze zelf zijn plaats niet inneemt. Als familieleden van hun plek gaan, zichzelf groter of kleiner maken, is dat niet alleen slecht voor die individuele personen, maar voor het hele systeem. Niemand staat dan in zijn kracht.
Dat was hier duidelijk ook aan de hand. D had zich min of meer als moeder van het team gepositioneerd, en zich daarmee boven L geplaatst en ook de verantwoording op zich genomen. Alle goede bedoelingen ten spijt had het team daar inderdaad niet veel aan gehad. Veel beter was het geweest als D bij L had aangegeven dat er dingen behoorlijk scheef liepen in het team en om hulp had gevraagd.
Ik liet L zeggen: Ik ben de grote, en jij bent de kleine in ons team. Ik ben degene die hier de problemen op lost, niet jij.” Pffff, L stond direct veel meer rechtop, en D kon eindelijk ontspannen. Ze kon erkennen dat L de leiding had en dat zij niet alles op zich hoefde te nemen. Ik liet haar zeggen: “Ik zit ergens mee, kun je even met me meedenken?” Nu werd L pas echt blij, er werd een appèl gedaan op zijn oplossende en leidinggevende kwaliteiten. “Dat doe ik heel graag en ik ben blij dat je het vraagt, want ik kan zien dat het een pittig jaar voor je geweest is. Je hebt ontzettend hard gewerkt.” D ontspande nog meer, nu haar inspanningen erkend werden.
Ze was zichtbaar blij dat het haar was gelukt om haar koppie te buigen, en haar plaats als ‘kleine’ in te nemen. Daarmee konden we de opstelling goed afsluiten.

Zoals D later vertelde ging het daarna ook ‘in het echt’ stukken beter. Nu ze eenmaal de voordelen van hulp inschakelen had ontdekt, werd haar leven een stuk makkelijker. Het speet haar oprecht toen L het jaar daarna een ander team kreeg toebedeeld.

 

Meer informatie?

Kijk of uw vraag al beantwoord is